Home
nieuws
artikelen
archief
Wij over onszelf
Programma
veiligheid
schoon water
voldoende water
financiën
organisatie
verkiezingen
Hoe denkt LLB over?
Links
Contact
Sitemap

Aan de regen kunnen wij niets doen. Maar aan de wateroverlast wel. Er moet een totale aanpak komen waardoor ieder peilgebied droge voeten kan houden. Dit kan onder andere door de bergingscapaciteit in de polders te verhogen. Bij een toestemming om sloten te dempen moet afhankelijk van het gebied een 3-5% van het oppervlak bestemd worden voor waterberging. Te veel is het peilbeheer nog gebaseerd op een drooglegging dat bij de landinrichting (eerder beter bekend als ruilverkaveling) is ingesteld. Droogleggingen van meer dan twee meter zijn geen uitzondering. Inmiddels zijn de gedachten daarover gewijzigd. In veengebieden kan door zomers een hoger peil aan te houden de oxidatie vrijwel tot stilstand gebracht worden. Hier werd te weinig aandacht aan geschonken. Bij hogere gelegen gebieden moet er meer stuwen komen zodat er minder sloten droog vallen in de zomer. Dat is beter voor het milieu. Bij erfverharding bij oppervlakken van bedrijven moet 9% waterberging wordt gecompenseerd. Bij burgers zit dit vooraf in de bestemmingsplannen. Door de klimaatverandering kunnen plaatselijk meer kortere, maar heviger buien vallen. Daarom moet de plaatselijke capaciteit bij vervanging of renovatie worden uitgebreid. De oude windmolens worden desnoods ook ingezet als noodbemaling. De watergangen hiervoor en eventuele bijbehorende kunstwerken worden weer geschikt gemaakt. Diepteontwatering in ringvaarten moet direct worden verboden, dan drogen de polderdijken teveel uit. Een polder kan dan vollopen. Tevens worden onderlinge koppelingen tussen polders aangebracht om te zo nodig de onevenredige capaciteiten op te vangen. Voorkomen is beter dan deze noodvoorzieningen! Als een boer dieptebemaling wil moet deze het zelf volledig betalen. Zonodig worden na inspraak en overleg er polders onttrokken aan de landbouw en als waterberging ingericht. Het Wetterskip moet hiervoor een voorkeurrecht ontvangen voor bepaalde polders. Als in deze polders de landbouw vertrekt, kan het wetterskip in het gebied recht van eerste koop krijgen. Voor gevolgen van een laag peil in de polders moet er een omdraaiing van de bewijslast komen. Nu moeten bewoners nog bewijzen dat er oorzakelijk verband is tussen peilverlaging en houtrot van funderingen en bodemverzakkingen. LAGERE LASTEN BURGER wil dat als het wetterskip een peilverlaging heeft doorgevoerd dat bij vervolgschade het wetterskip moet bewijzen dat zij niet verantwoordelijk en schadeplichtig hiervoor is. De polderkaden worden in plaats van in 16 jaar in 26 jaar verhoogd. De jaarlijkse kosten worden hierdoor aanzienlijk verlaagd en aantrekken van dure externe adviseurs hoeft dan niet meer. Er wordt meer gebruik gemaakt van de expertise van het eigen personeel. Voor gebieden met bodemdaling (gas, zout)moet de Rijksvergoeding van 50% naar 100%. Zodat de Friese bevolking niet voor de kosten komt te staan, waar de opbrengsten door het gehele land werden genoten. Voorkeur van LAGERE LASTEN BURGER is dat men het zout maar in de bodem laat zitten. Er is voldoende zout in wereld om op een andere manier te winnen, zonder dat een bodemdaling nodig is. De stijging van het zeewater is een globaal probleem, maar bodemdaling door gas en zout is een lokale aangelegenheid. LAGERE LASTEN BURGER meent dat bodemdaling moet worden beëindigd. Gas- en zoutwinning moeten dan maar op zee plaatsvinden en niet op land. Het hoeft niet ten koste te gaan van de huidige en toekomstige generatie Friezen.

TerugVerder

Lagere Lasten Burger  | E: fractie@lagerelastenburger.nl